Columns


Lees meer  |  0000-00-00 00:00:00  |  Lees reacties





Lees meer  |  0000-00-00 00:00:00  |  Lees reacties



Sterrenhemel

Sterrenhemel

 

De kerkklokken hebben voor de eerste keer geluid. Dat doen ze ieder jaar op 24 december vanaf 10 uur ’s avonds. Over een uur zal het witte kerkje dat midden in het dorp staat vol mensen zitten. De vaste kerkgangers zullen komen, maar ook de mensen die niet gelovig zijn. Zolang Geeske in dit dorp woont, is ze in de nacht van 24 op 25 december naar de kerstviering in het kerkje gegaan, samen met Gemma. Ieder jaar, op twee keer na. Vorig jaar niet. En twee jaar geleden niet.

Er is strenge vorst voorspeld voor beide kerstdagen. En de afgelopen vier dagen heeft het ook stevig gevroren. De sloot achter Geeskes huis was vandaag al dicht en als het doorvriest zullen de kinderen uit het dorp er morgen waarschijnlijk wel op kunnen schaatsen. Dan klinken er stemmen, hoor je ze gillen van pret, soms ook luidkeels huilen als ze vallen. Merel wilde altijd al schaatsen als het ijs nog niet hard genoeg was en Geeske had dan de grootste moeite om haar van dat idee af te brengen. Ze herinnert zich dagen uit eerdere winters dat ze nauwelijks naar de bakker of de slager durfde gaan, omdat ze bang was dat het kind ongehoorzaam en overmoedig zou zijn. Merel zag nooit ergens gevaar in, ze was in staat om snel even een baantje te trekken als Geeske uit het zicht verdwenen was, met alle mogelijke gevolgen vandien. Geeske kan er nog hartkloppingen van krijgen.

 

Geeske en Nico zijn in dit dorp gaan wonen toen Merel net vijf was. Na haar eerste schooldag kwam het kind haar toekomstige verloofde voorstellen. ‘Dit is Martin. Ik zit naast hem in de klas. We gaan later trouwen.’

‘Dat heb je snel geregeld,’ antwoordde Geeske, ‘wil Martin dat ook?’

Merel keek de jongen vragend aan. ‘Jawel hoor,’ zei hij haastig en deelde vervolgens mee dat hij naar huis moest.

Martin bleek schuin aan de overkant te wonen en de oudste te zijn van de drie zonen van Gemma en Bert. Het klikte tussen hen allemaal en ze werden elkaars beste vrienden.

‘Ik wil nooit meer naar de stad terug,’ zei Geeske vaak vol overtuiging tegen Nico, ‘hoe heb ik daar ooit kunnen wonen?’

 

Hun hele lagere schooltijd waren Merel en Martin onafscheidelijk en toen ze naar het VWO gingen zette de vriendschap zich voort. Omstreeks hun zestiende jaar leek het opeens voorbij. Merel trok veel op met enkele vriendinnen en Martin verscheen nauwelijks meer bij Geeske en Nico. Ze hadden geen ruzie, vertelde Merel, maar ze vond Martin gewoon te saai. Hij deed nooit eens iets spannends.

Ze wilde medicijnen gaan studeren en werd ingeloot. Martin ook. Geeske en Gemma vertelden elkaar hoe trots ze waren op hun slimme kinderen. En ze waren er heimelijk van overtuigd dat die twee elkaar toch weer zouden opzoeken.

Toen Merel een kamer vond in een studentenflat werd het stil in huis. Geeske kon er slecht aan wennen. Ze hielp Nico vaker dan voorheen in het bedrijf, omdat thuis de muren op haar afkwamen.

Martin woonde ook op een kamer maar hij had het daar niet naar zijn zin. Hij zocht een ander adres, vertelde Gerda.

‘Er komt een kamer vrij in de flat,’ zei Merel toen ze van Geeske tijdens een weekend hoorde wat er aan de hand was. ‘Ik zal wel eens vragen of Martin daarin kan.’

Een half jaar later kwam ze blozend van opwinding vertellen dat ze verliefd was. ‘En je raadt nooit op wie,’ zei ze stralend.

‘Is hij nu spannender dan vroeger?’ vroeg Nico plagend.

 

Gemma en Geeske fantaseerden over de toekomst van hun kinderen.

‘Ik denk dat ze allebei huisarts worden,’ zei Gemma, ‘en dan samen een praktijk gaan starten. Een plattelandpraktijk.’

‘Noemen we dat thuis niet zoiets als de vader die de wens is van de gedachte?’ vroeg Geeske. ‘Ik moet het nog zien, dat plattelandidee. Volgens mij amuseren ze zich erg goed in de stad.’

Ze probeerde erachter te komen hoe Merel over een huisartsenpraktijk dacht. Maar die haalde haar schouders op. ‘Martin ziet dat wel zitten,’ zei ze, ‘maar ik weet het nog niet. Misschien ga ik me specialiseren. Ik zou wel kinderarts willen worden.’

 

Nico is altijd degene die de klussen in huis uitvoert. Bij strenge vorst de buitenkraan afsluiten, bijvoorbeeld. Controleren of de kraan van de wasmachine in de bijkeuken niet bevriest. De waterleidingen in de kelder in de gaten houden. Maar nu Nico weg is moet Geeske dat allemaal zelf doen. Ze vraagt zich af of de verwarming wel goed werkt, want ze heeft het voortdurend koud.

Ze mist hem. Ze mist de intimiteit van zijn lijf, zijn armen om haar heen als hij thuiskomt, zijn altijd warme voeten in bed. Zijn plagerijtjes, zijn grapjes. Hij woont nu vijf maanden in het zomerhuisje, maar alles wat ze mist is al veel langer weg.

 

Vandaag is het precies drie jaar geleden. Ze ging met Gemma naar de kerstdienst in het witte kerkje, zoals ze dat al jaren samen deden. Geeske heeft wel eens gehoord dat je als moeder voelt als er iets met je kind aan de hand is. Maar zij voelde niets. Zij zat temidden van haar dorpsgenoten in het kerkje, luisterde naar het jongerenkoor en zong uit volle borst het ‘Ere zij God’ mee, terwijl ze helemaal niet in God gelooft. Maar daar gaat het niet om in de kerstdienst. Het gaat niet om wát je zingt maar dát je zingt. Samen met anderen. Ze zag dat de alcoholiste die ergens achter in het dorp woont ook in het kerkje zat. Dat is een vrouw die vaak overlast veroorzaakt en voor wie de mensen hun neus optrekken. Maar in de kerstdienst telt dat niet. Daar vallen zulke ergernissen weg en bekijk je elkaar anders. Minder kritisch, niet veroordelend. Ere zij God, vrede op aarde. Vrede die vanuit de toppen van je tenen bezit van je neemt. Geeske zong zichzelf tranen van ontroering in de ogen.

En ze vermoedde niets.

Na de dienst dronken ze samen met Nico en Bert gloeiend hete chocolademelk met rum en aten ze krentenbrood met spijs dat ruim met roomboter was besmeerd. Nico wilde er een dikke laag bruine suiker op. Ook dat was al jaren een traditie tussen hen. Ze keken terug op de jaren die achter hen lagen en bespraken hun wensen voor de toekomst. Gezondheid en tevredenheid was hun gezamenlijke wens. We hoeven geen geld, vonden ze, we zijn rijk genoeg met wat we hebben.

‘Soms word ik bang van de vanzelfsprekendheid van ons leven,’ bekende Gemma. ‘Als je om je heen kijkt en de krant leest en je hoort en ziet de ellende waarin mensen vaak terechtkomen.Vorige week nog las ik een rouwadvertentie van een moeder van een jong gezin. Ik schaamde me bijna voor mijn eigen geluk.’

Toen werd er aan de voordeur gebeld. En nog steeds had Geeske niets in de gaten.

 

Merel en Martin hadden een feestje gehad en toen de medestudent met wie ze waren meegereden aankondigde dat hij te veel gedronken had om nog terug te kunnen rijden, had Martin aangeboden om de auto te besturen. Hij had vier weken daarvoor zijn rijbewijs gehaald. Er was nog even een discussie geweest tussen Merel en Martin, hebben ze later van mensen gehoord die ook op het feestje waren. Merel vond dat Martin niet moest rijden, omdat hij ook gedronken had. Maar hij had haar bezwaren weggewuifd en gezegd dat hij maar drie pilsjes had genomen en daarna op frisdrank was overgegaan. Het was glad op de weg en dat heeft Martin waarschijnlijk te laat in de gaten gekregen. Hij heeft in ieder geval te hard gereden en toen de auto slipte kon hij hem niet in balans houden en reed tegen een boom.

Ze waren op slag dood.

 

In die bewuste kerstnacht drie jaar geleden stond het leven voor Geeske stil. Ze hoorde wat de politieagent vertelde, zag hoe Nico wit wegtrok en in een stoel moest gaan zitten, staarde naar Gemma en Bert die zich wanhopig aan elkaar vastklemden en bleef zelf als bevroren staan.

Nico en Bert gingen hun kinderen identificeren en kwamen verslagen terug. De gesloten kisten stonden enkele dagen bedolven onder bloemen in het witte kerkje en iedereen uit het dorp kwam langs. Nico stelde haar voor om de kinderen in één graf te leggen, dat was ook de wens van Gemma en Bert. Maar Geeske wilde dat niet. Ze wilde een familiegraf kopen waarin Nico en zij later ook zouden worden begraven. ‘Ze hoort bij ons,’ verklaarde ze haar wens, ‘we horen bij elkaar.’ Ze wilde ook geen twee graven naast elkaar. De anderen begrepen niets van haar reactie.

Ze bleef wekenlang verstard en zonderde zich af. Gemma probeerde haar te benaderen maar Geeske hield de deur gesloten. Ze wilde met rust gelaten worden, verklaarde ze en ze wist nog niet hoe lang dat moest gaan duren.

Nico was veel bij Gemma en Bert en hij probeerde haar te vertellen waarover ze spraken. Maar Geeske hief afwerend haar handen op.

‘Ik wil het niet weten.’

‘Waarom ontloop je ze toch? Ze zijn onze beste vrienden. We hebben hetzelfde verdriet.’

Geeske werd woedend. ‘Hoe kun je zoiets zeggen?’ schreeuwde ze. ‘Hetzelfde verdriet? Heeft onze dochter soms hun zoon vermoord?’

 

Ze stikte soms bijna van woede. Als ze op straat liep, voelde ze dat ze haar vuisten gebald hield en hoorde ze haar eigen driftige stap op de trottoirtegels. Het werd voorjaar en de zon begon stralend te schijnen. Overal zaten mensen in de tuin, werd gras gemaaid, stond de radio aan, hoorde ze gelach. Ze kon er niet tegen dat het leven gewoon verder ging en anderen plezier maakten terwijl haar kind dood was. Als ze een zwangere vrouw tegenkwam, wendde ze haar hoofd af. Ze werd misselijk van zo’n stralend aanstaand moedergezicht. Haar hele borstkas voelde beurs aan als ze naar een bolle buik keek waarin een baby zat. Ik ben niet genoeg blij geweest toen ik haar verwachtte, verweet ze zichzelf, ik deed of dat de gewoonste zaak van de wereld was. Ik heb veel te weinig stilgestaan bij mijn geluk.

Dit is mijn straf.

Ze weigerde het dorp te verlaten en kwam alleen op het kerkhof. De eerste drie maanden na het ongeluk ging ze iedere dag naar het graf van Merel. Nico ging regelmatig mee en als ze weer vertrokken stelde hij steeds voor om ook even naar Martin te gaan. Maar dan schudde ze zwijgend haar hoofd. Ze wachtte tot Nico terugkwam en liep met een ontevreden trek op haar gezicht met hem naar de uitgang. Maar ze sprak haar boosheid niet uit.

Als ze boodschappen deed, keek ze eerst door de etalageruit van de winkel waar ze moest zijn of Gemma er toevallig stond. Als dat het geval was liep ze door. Maar toch kon ze niet voorkomen dat Gemma haar op een dag aansprak. Het ongeluk was toen bijna een jaar geleden gebeurd. Geeske had benzine getankt en liep nadat ze had afgerekend terug naar de auto. Gemma verscheen uit het niets en hield haar staande. ‘Ik mis je,’ zei ze zacht en ze probeerde haar hand op Geeskes arm te leggen. Maar Geeske trok net op tijd terug.

‘Ik probeer je boosheid te begrijpen en soms lukt me dat. Maar soms ook niet. Ik zou je zo graag willen steunen, het verdriet met je delen. Kom toch terug, Gees, ik heb je nodig. Bert en de jongens ook, ze vragen steeds naar jou. We moeten toch niet eenzaam gaan zijn?’

Geeske liep snel door, zonder op de woorden van Gemma te reageren.

 

Nico is heel erg kwaad geweest, de eerste tijd. Hij schreeuwde zijn woede uit en sloeg met zijn vuisten op tafel. ‘Ik verdraag dit niet. Waarom? Wáárom? Zie je wel, dat er geen God bestaat. Een God zou dit niet laten gebeuren.Wat is dit voor een rótwereld? Waarom zij? Waarom wij?’

Nico kon huilen. Hij snikte zijn verdriet uit, zelfs in zijn slaap. Geeske sloeg haar armen om hem heen en streelde zijn rug. Ze kuste zijn haar. Ze wiegde hem in haar armen. Maar ze kon zelf niet huilen, zelfs niet op haar meest woedende momenten. Haar lijf was strak, haar mond verwrongen. Ze had het altijd koud.

 

De eerste keer dat het weer 24 december was, huurden ze een chalet in Zwitserland, waar ze zich terugtrokken tot na Nieuwjaar. Het waren rustige dagen, ze spraken niet veel. Nico ging veel wandelen in de sneeuw en kwam dan met dikke rode ogen terug.

Het tweede jaar ontstonden de spanningen tussen hen. Nico stelde voor om hun verjaardagen weer te vieren en weer eens vrienden uit te nodigen en Geeske reageerde woedend. Hoe haalde hij het in zijn hoofd om net te doen alsof er niets gebeurd was? Tegen de tijd dat het voor de tweede keer 24 december was spraken ze nauwelijks meer met elkaar. En dit jaar heeft Nico begin juli verteld dat hij in een zomerhuisje ging wonen. ‘Ik trek het niet meer,’ zei hij, ‘jouw kille woede. Het hoort erbij: boos worden. Boos worden, verdriet hebben, rust vinden. We moeten er doorheen, ieder op zijn eigen manier. Ik probeer de draad weer op te pakken, ik heb tot nu toe steeds geprobeerd om jou daarin mee te krijgen. Maar je zit vast in je boosheid, weigert hulp en bevriest niet alleen je eigen leven maar ook dat van mij. Ik zou alles willen doen om je te helpen, maar je wil niet geholpen worden. Ik ben óp, Gees, ik ga eraan kapot. Misschien is het beter als je alleen bent, ik heb het gevoel dat ik je op de een of andere manier belet om verdriet toe te laten. Daarom ga ik een tijdje weg.’

Geeske protesteerde niet en trok zich terug in haar huis. Ze heeft twee maanden bijna niets anders gedaan dan voor zich uit zitten staren en ze sliep vrijwel iedere nacht in het bed van Merel. Daar liggen nog altijd Merels knuffelbeesten en Geeske klemde hen soms dicht tegen zich aan. Ze drukte haar neus tegen het pluche en probeerde de geuren van vroeger terug te vinden. Soms zat ze heel dicht tegen huilen aan.

 

Toen brak de avond aan waarop alles anders werd. Ze lag op de bank naar de televisie te kijken en viel tijdens het zappen midden in een film die over de ontvoering van een kind ging. De moeder van het kind wist zeker dat haar zoon nog leefde en ze probeerde de rechercheur die de opsporing leidde daarvan te overtuigen, ook nadat deze de zaak gesloten had verklaard. Tenslotte vond de rechercheur het kind toch en bracht het terug. Op het moment dat de jongen zijn moeder in de armen vloog begon Geeske te huilen. En toen ze eenmaal huilde kon ze er niet meer mee ophouden.

 

Haar hele lijf trilt nu al enkele maanden. Ze kan geen twee zinnen achter elkaar uitspreken zonder dat haar stem hapert. De dagen rijgen zich aaneen en Geeske legt zichzelf iedere ochtend een bepaalde taak op. Ze moet in ieder geval een keer naar buiten en antwoord geven als iemand haar iets vraagt. Ook als het Gemma zou zijn. Maar Gemma komt ze in deze periode juist niet tegen.

Ze poetst een beetje in huis en probeert soms een boek te lezen. Ze slaapt weer in haar eigen bed, maar voelt zich daar niet rustig. Vaak staat ze midden in de nacht op en gaat een tijdje beneden voor de televisie zitten. Ze let niet op wat ze ziet, als het beeld maar beweegt. Ze gaat nu iedere week naar het graf van Merel.

Ze is nog steeds kwaad, maar niet meer zo intens als eerst. Sinds ze kan huilen, lukt het haar niet meer om voortdurend boos te zijn. En soms merkt ze dat ze zit te lachen als er op de televisie een comedy is.

 

Nico heeft de afgelopen maanden een paar keer opgebeld. Het waren aanvankelijk korte gesprekjes, de eerste tijd was het contact nog stroef. Maar sinds Geeske huilt, is het anders. Stotterend en snikkend heeft ze hem verteld dat ze er geen vrede mee kan hebben. Dat ze Merel zo mist. Dat ze zo vaak van haar droomt. Dat ze denkt dat ze iets fout heeft gedaan in het verleden. Dat ze geen goede moeder is, omdat ze niet heeft gevoeld dat haar kind in doodsnood was.

Hij heeft geluisterd en haar alles laten zeggen wat ze kwijt wilde. Hij heeft haar gesust als ze teveel overstuur dreigde te raken. Haar ervan verzekerd dat het geen abnormale gedachten zijn die haar kwellen en haar verteld dat hij hetzelfde heeft gevoeld. ‘Die gevoelens worden minder heftig,’ heeft hij gezegd, ‘als je jezelf de tijd maar gunt.’ En tijdens hun laatste gesprek zei hij opeens dat hij haar graag weer in zijn armen zou willen voelen. Maar Geeske moet zelf aangeven dat de tijd rijp is.

 

Gisteren is ze naar het kerkhof geweest. Het lukt haar inmiddels om de dag vrijwel zonder tranen door te komen. Het graf was kaal, de planten zijn in deze tijd van het jaar nu eenmaal niet op hun best. Ze heeft geprobeerd om de aarde tussen de planten wat los te harken maar de grond was te hard bevroren. Toen ze opstond aarzelde ze. Ze liep eerst in de richting van de uitgang, maar keerde toch weer terug. Met bonzend hart heeft ze Martins graf opgezocht en er een halve minuut bij stilgestaan.

In de supermarkt heeft ze krentenbrood met spijs en roomboter gekocht. En een grote zak bruine suiker.

 

De klokken luiden nu voortdurend en dat zullen ze blijven doen tot de kerstviering begint. Geeske kijkt uit het raam en ziet dat de hemel vol sterren staat. Ze schitteren en flonkeren allemaal in haar richting.

Opeens herinnert ze zich dat haar moeder ooit vertelde dat grootvader na zijn dood een sterretje geworden was en hen iedere avond groette door even te flonkeren.

Ze glimlacht stil. ‘Dag Mereltje,’ zegt ze zacht. Even aarzelt ze.

‘Dag Martin.’

Ze kijkt naar de overkant van de straat. Bij Gemma en Bert brandt licht. Hun overgordijnen zijn gesloten.

Geeske staart naar het huis. De klokken lijken steeds harder te luiden.

Het geluid dreunt door het hele dorp. Bom, bommm, kom, kommm, roepen ze.

 

Zodra ze heeft aangebeld gaat de deur open en staat Gemma voor haar. Ze kijkt Geeske verrast aan en wil iets zeggen. Maar ze bedenkt zich en zwijgt. Het is enkele seconden doodstil tussen hen.

Geeske haalt diep adem. En nog eens. ‘Ik ga naar de kerstviering,’ hoort ze zichzelf zonder te haperen zeggen. ‘Ga je mee?’

 



Lees meer  |  2015-12-24 14:14:41  |  Lees reacties



Belofte

Toen Kasper, onze oudste hond, bijna vier jaar oud was werd er bij hem artrose in de rug gevonden en beseften wij dat hij niet heel oud zou kunnen worden. We gokten op een jaar of zes. Een paar dagen geleden ging hij dood, bijna negen en een half jaar oud.
Vlak na die sombere diagnose, sprak ik hem toe. Ik zei: "Luister, vriend. We zullen een keer afscheid moeten nemen. Maar ik wil je vriendelijk verzoeken dat in stijl te doen. Dus geen gedonder met de dierenarts laten komen die je laat inslapen. Gewoon op een morgen er tussenuit knijpen met de vrouw in de buurt. Gesnopen?" Ik kreeg als antwoord een lange lik over mijn gezicht en de afspraak was bezegeld.



Lees meer  |  2010-09-06 17:11:33  |  Lees reacties



Beoordeling

In een tijdschrift lees ik een artikel dat over de waardering van 2009 gaat. Enkele bekende Nederlanders geven hun jaar een cijfer. Dat varieert van een 7 tot een 10.
Zoiets stemt tot nadenken, althans bij mij. En ik vraag me af welk cijfer ik dit jaar wil geven.
Mijn 2009 was een bewogen jaar. In januari werd duidelijk dat de enige broer die ik nog had, niet lang meer zou leven. Hij woonde een behoorlijk eind van me af, maar gelukkig stemde hij erin toe om de tijd die hij nog had in een verpleeghuis bij mij in de buurt door te brengen. Dat bleek een periode van 5 weken te zijn. En in die weken bespraken we meer dan we in alle jaren dat we broer en zus waren geweest hadden gedaan. We deelden het verdriet om zijn terminale ziekte, we scholden samen op de kanker, we troostten elkaar. Het was een tijd die ik nooit meer zal vergeten en die iets toevoegde aan mijn leven. Ondanks alles een goede tijd. Maar toch, hij ging dood en 2009 is het jaar dat dit gebeurde.
Krijgt het jaar nu een onvoldoende?



Lees meer  |  2010-09-13 13:18:25  |  Lees reacties



Sinterklaas

Wie van ons heeft niet tenminste één klein jeugdtrauma? Ik in ieder geval, en het overkwam me toen ik zes jaar was en aan mijn moeder vroeg hoe het mogelijk was dat de chocoladekikker, die was verpakt in groen papier en die ik had aangetroffen in de kast waar de koektrommel stond, in mijn schoen was terechtgekomen. Mijn moeder vatte die vraag op als een signaal dat ik klaar was voor de waarheid en vertelde me dat Sinterklaas niet bestond.
Ik ben er nog steeds kapot van.
Sinterklaas heeft nog altijd een warme plek in mijn hart en zijn pietermannen niet minder. Als ik heel eerlijk ben, moet ik toegeven dat ik geloof in dat stel. Dat verzacht het trauma en nodigt ieder jaar begin december weer uit om met vrienden een avond cadeautjes uit te wisselen en gedichten te produceren waar ik zelf het hardst om lach. Ik zal het Sinterklaasfeest tot mijn laatste adem blijven vieren, al komt er een verbod op dat festijn en kom ik er voor mijn part door in het gevang. Ook daar zal niemand mij kunnen verbieden uit volle borst de bekende liederen te zingen, inclusief ‘ook al ben ik zwart als roet, ‘k meen het toch goed.’
De wereld lijkt steeds gekker te worden en dat begint me ook steeds meer zorgen te baren. Het komt nog veelvuldig voor dat homo’s in elkaar worden geramd, vrouwen worden besneden, dictators door gemanipuleerde verkiezingen opnieuw aan de macht komen, kinderen worden misbruikt, onschuldige burgers worden geofferd in oorlogsgeweld, meisjes geen onderwijs mogen volgen en ga zo nog maar even door.
Dat zou allemaal per direct moeten worden afgeschaft, maar in plaats van daar daadwerkelijk beleid op te formuleren meldt een VN-onderzoeker dat Nederland Sinterklaas zou moeten afschaffen, vanwege de commotie die is ontstaan over de vermeende racistische elementen van pieterman. Ja juist, die zo zwart is als roet en ook altijd zo zwart was dóór roet. Dat komt ervan als je bij nacht en ontij over de daken roetsjt en je door schoorstenen laat zakken. Zie daar maar eens blanco uit te komen.
Wij vertellen onze kinderen al jaren dit verhaal en ook al is het vanwege de centrale verwarmingen tamelijk achterhaald, het is traditie en die moeten we gewoon in ere houden. Ik heb echt nog nooit iemand horen beweren dat pieterman een ondergeschikte figuur was met een zwarte huid en dat is door de jaren heen ook nooit de essentie van zijn taak geweest. Om nu daar de term discriminatie aan te verbinden en een uitspraak van een VN-onderzoeker die ook schijnt te denken dat Sinterklaas en de Kerstman dezelfde figuren zijn, serieus te nemen slaat helemaal nergens op. Ik zal altijd elke vorm van discriminatie verwerpen en bestrijden, op voorwaarde dat het ook daadwerkelijk om discriminatie gaat. Het Sinterklaasfeest is een Nederlandse traditie waar we trots op moeten zijn. Een paar weken per jaar kunnen kinderen en volwassenen weer even de opwinding en de spanning die bij dat feest horen opslurpen. Daarna komt de harde werkelijkheid gewoon weer op ons af, inclusief homohaat, sekseongelijkheid, kindermisbruik, vrouwenbesnijdenis, dictatuur en ga zo maar door.

Laten we dáár eens wat aan doen.



Lees meer  |  2013-10-22 17:03:27  |  Lees reacties



Decemberleed

Het leven zag er zo mooi uit. De inspiratie blijft maar komen, de boeken lopen lekker, manlief ziet zijn pogingen om af te vallen lukken en de jongste hond heeft zijn eerste diploma gehaald. Elementaire Gehoorzaamheid 1, klasse A. Hij behaalde 76 van de 100 punten. En hij draait dus zijn poot niet om voor de volgende cursus. Onze decembermaand kon niet meer stuk.
Kon.



Lees meer  |  2010-09-13 13:19:28  |  Lees reacties



Afscheid nemen

Het gebeurde ruim twee maanden geleden. Ik wandelde met mijn jongste hond door het dorp en toen we bijna thuis waren, stopte er opeens een auto vlak naast ons. Ik zag een bekende uitstappen, een man die honderd meter verderop in de straat woont. We maken wel eens een praatje als ik langs zijn huis kom en hij in de tuin bezig is en dan hebben we het over onze gedeelde voorkeur voor de Duitse herdershond. Hij heeft er ook twee, dus er valt altijd wel iets uit te wisselen. Maar die middag vroeg hij niets en vertelde hij evenmin iets. Het enige wat hij deed was uitgebreid knuffelen met mijn hond, die daar gretig op reageerde.
Mijn jongste kanjer is een knuffelkont.



Lees meer  |  2010-09-13 13:20:08  |  Lees reacties



Dwanggedachten

Deze keer ging ik hem winnen, beweerde ik. Mét de jackpot. Ik wist het zeker: Oudejaarsdag 2007 was mijn dag, want ik ging de hoofdprijs binnenhalen van de staatsloterij.

Har wees me erop dat ik dit ieder jaar denk. Dat klopt. Maar ik was er nooit eerder zó van overtuigd dat het mijn jaar was. Alles wees in de goede richting. Ik had een lot met het eindcijfer 7, zonder dat ik daarom had gevraagd.

Het eerste goede teken.



Lees meer  |  2010-09-13 13:20:48  |  Lees reacties



Ecco's

Bij ons in het dorp wonen veel sportieve mensen. Ik kom regelmatig vrouwen tegen, die met ferme stap op sportschoenen een van de lintwegen aflopen en soms zie ik hen later weer terugkeren. Ze zwaaien naar mij, als ik hen voorbij tuf in mijn bolide. Ze zien er fris en fit uit. Ik kan er niets aan doen maar ik verdenk hen ervan dat ze mij nogal nadrukkelijk bekijken. Met zo’n blik van: Het is een aardige meid maar wel een luie donder. Je kunt haar uittekenen in die Volvo.



Lees meer  |  2010-09-13 13:22:16  |  Lees reacties



Bekend hoofd

We liepen in het park, mijn oudste hond en ik. Laatste rondje van die dag. Een vast ritueel. Om half tien komt hij me halen. Klokslag half tien, geen minuut eerder of later.
Mijn hond kan klok kijken.
In de verte zag ik een man aankomen, die het pad drie keer nam. Naar links, naar rechts, pas op de plaats, rechtdoor. Hij kwam uit de richting van het dorpscafé en had het duidelijk niet bij één glas gehouden. Toen we nog maar een meter of tien van elkaar verwijderd waren, begon hij enthousiast te zwaaien. ‘Ik ken jullie,’ riep hij en wees op de hond. ‘Lássie!’
Mijn hond is een Duitse herder.



Lees meer  |  2010-09-13 13:23:32  |  Lees reacties



Twijfelen

Gistermiddag heb ik weer eens een lekker gesprek met mijn moeder gehad. Tegenwoordig zitten onze gesprekken anders in elkaar dan vroeger. We praten geluidloos, zonder dat we elkaar zien.
Mijn moeder leeft niet meer. Zie het zo: we praten vanuit verschillende dimensies. En de onderwerpen van gesprek zijn niet te vergelijken met die van vroeger.
Neem nou bijvoorbeeld het onderwerp twijfelen aan jezelf. Daar was voorheen met mijn moeder niet over te praten. Zij was van aanpakken en oplossen, geen flauwekul, niet zeuren, nergens bang voor zijn. Twijfelen was voor watjes. Maar tegenwoordig ligt dat anders.



Lees meer  |  2010-09-13 13:24:18  |  Lees reacties



Babs

Het is beslist geen straf voor mij: eigen baas zijn en nergens meer op een dienstlijst staan. Maar er zit toch een addertje onder het gras. Ik mis structuur. Ik heb te veel tijd beschikbaar om te lanterfanten. Dan zou ik natuurlijk de hele dag boeken kunnen gaan schrijven maar mijn uitgever kan de productie nu al niet meer bijhouden. Dimmen dus. En iets anders verzinnen.
Ik heb iets gevonden! Ik ga huwelijken sluiten. Sinds kort ben ik beëdigd, écht beëdigd door een rechter in het gerechtsgebouw in Alkmaar. Om daar binnen te komen moest ik langs twee beveiligingsbeambten zien te komen en door een poort lopen die kon gaan fluiten of rinkelen als er verdachte dingen in mijn zakken zaten. De poort piepte.



Lees meer  |  2010-09-13 13:24:55  |  Lees reacties



Monster

Wij hebben tegenwoordig twee honden. De oudste is zes en een half, de jongste zes maanden. Ik weet niet meer precies waarom we in hemelsnaam besloten hebben om er een hond bij te nemen. En dan ook nog een pup. We noemen hem het monster. Nou ja, eigenlijk ben ík degene die deze term het meest gebruikt. Maar ik ben dan ook degene die al vier maanden niet meer heeft kunnen uitslapen. Ik ben namelijk een type dat altijd wakker wordt als er beneden een soort kermconcert begint, wat overgaat in driftig geblaf als je niet reageert. De man die naast me ligt, knort er gewoon doorheen. Als ik vraag of hij niets gehoord heeft, vanmorgen om half zeven, kijkt hij me glazig aan. ‘Wat zou ik hebben moeten horen?’
Van die dingen.



Lees meer  |  2010-09-13 13:26:18  |  Lees reacties



Laseren

Na er een paar jaar tegenaan gehikt te hebben, heb ik de stap gewaagd. Ik heb mijn ogen laten laseren. Mijn aarzeling om het te laten doen had te maken met de kosten, riep ik steeds. Eerst moest het maar eens goedkoper worden. Maar helemaal zuiver was dat motief niet. Ik was gewoon veel te bang, laat ik het maar eerlijk bekennen. En ik luisterde maar al te graag naar de indianenverhalen die me bereikten over blind worden of tenminste half blind en over levenslange ontstekingen met alle daarbij behorende ellendige gevolgen. Aan mijn ogen geen polonaise.
Maar ja, dat gedoe met die lenzen is ook niet alles. Om van de bril maar niet te spreken. Dus ik raapte alle moed bij elkaar en meldde me aan voor onderzoek en behandeling.
In de kliniek werden ze helemaal enthousiast van mijn zeer geschikte hoornvlies en hoewel ik er geen idee van had hoe ik daar aan was gekomen, nam ik de complimenten toch trots in ontvangst.



Lees meer  |  2010-09-13 13:27:42  |  Lees reacties